Please use widgets to populate the sidebars

Schacht Nulland

Schacht Nulland behoorde tot de voormalige Domaniale mijn in Kerkrade. De 349 meter diepe ventilatieschacht werd in 1907 aangelegd door de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij, de toenmalige exploitant van de Domaniale Mijn. Het was de vierde schacht in het concessiegebied van de kolenmijn, naast de Willemschacht, de Neulanderschacht en de luchtschacht op Beerenbosch. Het kostte de schachtbouwers veel moeite om de 40 meter dikke deklaag te doorboren, maar toen ze daar eenmaal doorheen waren verliep de rest van de werkzaamheden vlot. Binnen een jaar werd de 60 meter verdieping bereikt en in 1909 zat men al op 150 meter. In 1913 werd vanuit de 200 meter verdieping opgebroken naar de 150 meter verdieping, en daarna vanaf de 200 meter verdieping verder afgediept tot de 260 meter verdieping die in 1921 werd bereikt.
In eerste instantie deed Nulland alleen dienst als intrekkende luchtschacht. Omdat de schachtbuis voldoende natuurlijke trek bezat voor de ventilatie van het hele Westveld, was het bovengrondse deel niet meer dan een ca. 25 meter hoge schoorsteen met parterreverdieping, opgetrokken uit bepleisterde veldbrandsteen die ter plaatse werd gebakken.

In 1919 besloot de Domaniale Mijn schacht Nulland te gaan gebruiken voor het vervoer van materialen en personeel dat in het Westveld werkzaam was. De schacht kreeg een ophaalmachine en op het terrein werden een badlokaal, lampisterie en een opzichterslokaal aangelegd. Vanaf dat moment nam de nieuwe schacht de taken van de oude Neulanderschacht helemaal over. In 1921 kwamen de oorspronkelijke plannen om van de schacht een echte productieschacht te maken tot uitvoering. De toren werd verhoogd en voorzien van schoorbogen om de trekkrachten van de ophaalmachine op te vangen. Er kwam ook een losvloer met laadinrichting, kortom het werd een echte schachtbok. Het ontwerp van het karakteristieke gebouw was van de hand van technisch directeur Wilhelm Husmann. Vervoer van mijnwerkers had daadwerkelijk plaats van november 1921 tot juni 1927.

Toen het gebouw eenmaal in bedrijf was, waren de plannen al weer veranderd. De nieuwe directie had besloten om op het terrein aan de Kerkraadse Nieuwstraat een nieuwe productieschacht aan te leggen, in combinatie met een wasserij/zeverij en een briketfabriek (Willem II).

Uiteindelijk werd schacht Nulland dus geen productieschacht, maar ze bleef wel dienst doen voor materiaalvervoer en de uittrekking van lucht. Vanaf 1951 diende Nulland uitsluitend nog voor de aanvoer van verse lucht en was Beerenbosch II de enige uittrekkende schacht in het ondergrondse ventilatiesysteem van de Domaniale Mijn. Het ketelhuis op Nulland was al in 1949 gesloopt.

Om de nieuw aangekochte concessie Prick te kunnen beluchten werd de schacht in 1966 verder afgediept tot 347 meter, waar men een steenhelling ontmoette. Het werk ondervond veel tegenslag door de grote watertoevloed. Achteraf beschouwd was het niet zo’n zinvolle investering, want drie jaar later sloot de Domaniale Mijn voorgoed haar poorten.
(Bron: Paul Geilenkirchen, www.domanialemijn.nl )

Voor meer info over de Domaniale Mijn en schacht Nulland zie: www.demijnen.nl

Wilt u meer weten over de toekomstige bestemming van Schacht Nulland? Kijk dan hier